
Ik heb het motto: wat er ook gebeurt, blijven eten.
– Marjolein Faber
Als democratisch burger vind ik dat je met iedereen in gesprek moet blijven. Dus ook met PVV’ers. Maar waar vind je nou een PVV’er? Op de zesde verdieping van de OBA. Daar staan, tussen De onweerstaanbare opkomst van Jan Terlouw en Koekoek kan ons nog meer vertell’n de memoires van gewezen PVV-Minister voor Asiel en Migratie Marjolein Faber-Van de Klashorst: Mij krijgen ze niet klein (vanzelfsprekend uitgegeven door Prometheus).
Wat een banger van een titel – daar kunnen veel auteurs wat van leren. Het nodigt meteen uit tot lezen. Sterker nog, op mijn leesstapel, en daar zit op dit moment heel wat lekkers tussen (o.a. Tottie’s vlucht: de tunnelgraafster van Breda, Sylvia Browne: Accepting the Psychic Torch en Goeie Mie: Biografie van een seriemoordenares), werd Faber linea recta gepromoveerd naar de bovenste plek. Ik kon die titel simpelweg niet weerstaan.
Er doen over literatuur veel indianenverhalen de ronde. De grootste misvatting is dat auteurs zich moeten verplaatsen in anderen. Volgens mij is dat een recept voor ellende, met als eindproduct Maartje Wortel. Als je het mij vraagt kun je je beter specialiseren: richt je op je eigen psyche, die is vaak al gestoord genoeg.
Marjolein Faber heeft dit begrepen. In haar autobiografie verplaatst ze zich op geen enkel moment in een ander. Ze probeert het zelfs niet. Het werk legt zo’n verbluffend gebrek aan zelfrelativering aan de dag dat je, of je nou wilt of niet, in de ban raakt van deze vrouw.
In de media schreeuwen columnisten moord en brand over de opkomst van extreemrechts. Zodra een talkshow Caroline van der Plas uitnodigt is het gelijk een fascistoïde vehikel dat gecanceld moet worden. Terwijl we volgens mij juist veel beter naar de stemmen van ‘extreemrechts’ moeten luisteren om de aantrekkingskracht ervan te begrijpen. Mij krijgen ze niet klein biedt daarvoor de perfecte kans: het is een in vivo autopsie van een PVV-brein.
Mensen verwijten PVV’ers dat ze demoniseren, maar hoe vaak heb jij zelf PVV’ers gedemoniseerd? Ik ben hier in ieder geval schuldig aan. Na het lezen van Marjolein Faber begrijp ik dat de PVV’er in de eerste plaats iemand is met behoefte aan duidelijkheid. En dat biedt Faber. Ze is een vrouw met een missie: het ‘strengste asielbeleid ooit uitrollen’. Dat heeft ze de kiezer beloofd, en dat doet ze. De rest interesseert haar geen ene fluit.
Vergelijk dat eens met een carrièrepoliticus als Frans Timmermans, die zelfs de uitslagen van referenda onder de eigen partijleden wegwuift als bijkomstigheden waaraan hij geen prioriteit gaat verlenen.
Inhoudelijk ben ik het vrijwel nergens eens met Faber, behalve wanneer ze haar liefde voor gehaktballen betuigt en het belang van goede catering onderstreept. Maar de rücksichtslose schaamteloosheid waarmee ze over fatsoen, conventies en modetrends heen walst om haar beleid erdoor te drukken, dat zou ik ook wel eens willen zien bij een partij waar ik op stem.
Als je de bloemenjasjes, het kapsel en de anti-migratieretoriek wegdenkt blijft er een dijk van een vrouw over die in haar ongegeneerde doelgerichtheid niet anders kan dan inspireren.
We weten dat het met PVV’ers alle kanten op kan gaan. Zo is Joram van Klaveren, die voor de partij in de Tweede Kamer zat, bekeerd tot de islam en tegenwoordig woordvoerder van de Nederlandse moskeekoepel. Wie weet wat er nog voor Marjolein Faber in het vat zit, en hoeveel goeds ze voor deze wereld kan betekenen.
Wat er ook gebeurt, ik hoop in ieder geval dat Mai Spijkers haar nog een boek laat schrijven. Want of je nou links of rechts bent, haar oneliners gaan er altijd wel in. Om af te sluiten een paar die ik de lezer niet wil onthouden:
- Ik was afschuwelijk aan het stofzuigen.
- Ik dacht: Marjolein, je moet je vooral niet laten intimideren door dat soort tuig.
- Ik zei: ‘Verrek, hier staat een moskee. Dat wist ik niet. Kom, we gaan een flyer aanbieden.’
- Vanuit de schaduw in de Senaat plaveide zij de weg om van Nederland één groot azc te maken.
- Een Van de Klashorst loopt niet weg als het moeilijk wordt.
- Toen ik Tweede Kamerlid was en er weer zo’n ‘From the river to the sea’-demonstratie was in het station, kon ik het niet laten. Ik riep: ‘Lang leve Israël! Lang leve Israël! En wij laten ons er nooit onder spitten!’
- Ik plaagde collega Eddy van Heijum wel eens. Als zijn partij NSC weer eens dwarslag en ik nog dwarser werd, zei ik tegen hem: ‘Voordat je het weet zit jij weer in lijn 12.’
- Het was een kwestie van doordieselen. Een werkwoord dat heel goed bij mij past.
- Het ging wat beter toen ik mij herpakte en de PVV’er in mij naar boven liet komen.
- Als [de PvdD’ers] dat erdoor krijgen mag je geen gehaktbal meer eten.
- Net zoals de migratiestroom was de stukkenstroom enorm.
- Het asielsysteem is geen cafetariamodel waarin je kunt kiezen wat je het best past.
- Denk in oplossingen en niet in problemen! Eén ingang en een groot hoog hek eromheen. Hoe simpel kan het zijn!?
- Heden ten dage vormt een groep asielzoekers, dikwijls afkomstig uit veilige landen, een soort rondreizend circus.
- Nederlands spreken kunnen velen niet, maar de woorden: “Gratis”, “kinderbijslag” en “artikel 64” zitten er toch verdomd goed in.
- Blijkbaar kan men wel de weg naar Ter Apel vinden uit Verweggistan maar niet de weg van Ter Apel naar Zwolle.
- Maar goed: linksom of rechtsom, die statushouders moesten eruit.
- Ik dacht: nog even en ze plaatsen een hoog hek om Nederland met een groot bord erop: GEKKENHUIS.
- Maar ik stond voor een sober beleid en daar past een dagje Efteling echt niet in.
- Ja hallo, zo werkt democratie.
- Ik was helemaal klaar met die asielslurpers.
- Niet dat ik een hekel heb aan vrijwilligers. Integendeel. Ik ben zelf meer dan tien jaar vrijwilliger geweest voor de jonge wedstrijdjudoka’s in Leusden.
- Ik was uiterst gedreven om een streng asielbeleid te realiseren.
- Het was in Caïro. Dat klinkt leuk, maar zo’n reis is gecompliceerd. Je vaccinaties moeten op orde zijn.
- Met enige empathie kom je al een heel eind, is mijn ervaring.
- Zoete deegwaren met noten en zo. Daar ben ik dol op. Maar het lijk mij niet netjes om direct aan te vallen, dus ik moest vooral niet de boel verstieren.
- Internationaal was ik verrassend goed, stelde ik vast.
- Je moet tenslotte authentiek blijven. Termen als ‘doordieselen’, ‘ik neem mijn eigen mening ook serieus’, of ‘ik ben beleid’ zijn echt niet afkomstig van de ambtenaren.
- En ja hoor, daar kwam de koopkrachtvraag: ‘Mevrouw Faber, weet u wat een pot pindakaas kost?’ Prima vraag, vond ik. Je mag mij ’s nachts wakker maken voor een boterham met pindakaas. Vooral een witte boterham met roomboter en pindakaas. Ik ben er ‘groot’ mee geworden! Ik antwoordde: ‘Het ligt eraan welk merk, hoe groot de pot is en waar je die koopt. De Lidl heeft ze deze week in de reclame voor twee euro!’
- Bij veel mensen ging ik al niet op de schouders, maar toen ik minister werd moest menigeen aan het zuurstof.
- Vanuit het ministerie werden persoonlijke zaken gelekt uit mijn agenda, bijvoorbeeld dat ik een afspraak had om mijn wapenvergunning te verlengen.