
De wereldorde staat op z’n kop. Deze homo gaat voorop in een voetbalpoule.
Eén van mijn tante Hennies informeerde of ik mee wou doen aan de voetbalpoule van de familie. ‘Wat is dat?’ vroeg ik. De enige poule die ik ken is de Poule des Doods. De combinatie met voetbal leek me nog grimmiger.
Ze legde uit hoe het systeem werkt. Ik probeerde te weigeren omdat mijn kennis over voetbal zich beperkt tot wuppies en een beschuitbus met Rafaël van der Vaart waar mijn opa kippenvoer in bewaarde. Maar tante Hennie drong aan, en als Nederlands Hervormd politiemedewerker die doet aan ijszwemmen trok ze toch aan het langste eind.
Dus ik trotseerde de Snollebollekes, hun Juichjack en WK-themanummer op de website van de Jumbo om mijn voorspellingen in te voeren. Een tante van mijn partner is beëdigd waarzegster, met een specialisatie in theebladeren. Ik had haar krachten kunnen bundelen met mijn eigen Master in voorspellende AI-modellen, maar dat voelde als valsspelen. Bovendien was er nog maar een half uur om de hele matrix in te vullen, dus koos ik de op een na beste optie voor mijn casus: gerandomiseerde, browniaanse beweging van de wijsvinger over het telefoonscherm.
Van zo’n overzicht met al die schattige, kleine cocktailvlaggetjes kan ik nog wel genieten. Het is altijd interessant om combinaties van landen te zien die je nooit eerder in verband hebt gebracht, zoals Zweden-Tunesië of Brazilië-Marokko, en je af te vragen hoe een kind met ouders uit die landen eruit zou zien. Of hoe een Qatarees-Zwitsers fusion gerecht zou smaken; fondue met kameel misschien? Nigella zou er sowieso een lekker hapje van maken.
Zoveel creatieve activiteiten zijn er denkbaar wanneer je mensen uit zulke totaal verschillende landen 90 minuten samen laat doorbrengen. Maar wat gaan die sukkels doen? Voetballen.
Mijn vinger vloog over de vlaggenparade en zonder aanzien des lands genereerde ik willekeurige getallen. Bij het laatste onderdeel moest ik verwachte topscorers selecteren. Ik weet dat Messi en Nadal er wat van kunnen, maar zag hun namen zo snel niet staan. Dus werden het Irankunda, Batubinsika en Verbruggen.
Ook moest ik een kampioen voorspellen. Ik gaf een zwier aan het scrollwiel en selecteerde het land waar ik op uitkwam: Bosnië. Een staat in de Balkan die we best iets meer mogen gunnen, zeker als Nederlanders.
Het WK begon en ik vergat de hele poule. De wedstrijden zelf vind ik altijd wel handig om boodschappen te doen, omdat de supermarkten dan uitgestorven zijn. Maar dat zit er met die Amerikaanse tijden dit jaar niet in.
Ik ga er natuurlijk ook niet naar kijken. Van alle sporten doet voetbal het minste voor een mannenlichaam. Sommige van die kerels hebben een prima dijpartij, maar voor een gewezen clubkampioen turnen blijven het uiteindelijk cardio-scharminkels. Bij Nederlandse wedstrijden hebben ze nog wel eens creatieve spreekkoren, maar in het Levi’s Stadium gaan ze nooit het niveau halen van ‘90 minuten lang, Nouri aan de zuurstofslang’.
Het kwam dus als verrassing toen mijn neef Jelle, een expert die op kringverjaardagen voetbalwedstrijden kijkt op zijn telefoon, in de familieapp meldde dat ik aan kop ging. Van de tot dusver gespeelde wedstrijden had ik er meerdere correct voorspeld.
Ooms en tantes uit heel West-Friesland wilden weten wat mijn geheim was. ‘Ik roep al jaren dat Brazilië een groot probleem heeft op het middenveld,’ zei ik.
Vooralsnog ben ik in het klassement onverslagen. Ik verwacht ieder moment een telefoontje van Studio Sport, waar ik bereid ben om mijn methodiek uit de doeken te doen en onze jongens sportpsychologische technieken uit te leggen om de moraal in de kleedkamer hoog te houden.
Maar goud zit er voor Oranje helaas niet meer in. Hup Bosnië Hup!