Zure Confettiregen: Splinter Chabot en de nepo-orgie van zijn boekverfilming

Deze week onthulde Splinter Chabot de cast van Confettiregen De Moevie, de verfilming van zijn autobiografische homoboek. De voormalige JOVD-voorzitter sprak ‘met tranen in de ogen’ het vertrouwen uit dat hoofdrolspeler Roman Derwig zijn personage ‘op een grandioze manier tot leven zal wekken’. Dat gaat zeker lukken, want de gelijkenis tussen Splinter en Roman is treffend: beiden zijn nepobaby’s van het zuiverste water.

Foklijnen

Laten we de stamboeken erbij pakken. Splinters vader is schrijver Bart Chabot, wiens 4 zoons en hond Bril stuk voor stuk uitzonderlijk literair talent aan de dag hebben gelegd. Jongste zoon Storm bleek daarnaast een begenadigd meubelontwerper, wat dan weer leuk is voor moeder Yolanda, toevallig zelf meubelontwerpster.

Roman Derwig is de love baby van acteurs Jacob Derwig en Kim van Kooten. Hiermee hebben die twee een nieuwe dimensie van nepotisme ontsloten, want Kim van Kooten is zelf weer de dochter van cabaretier en schrijver Kees van Kooten. Roman is dus de derde generatie uitzonderlijk talent in deze foklijn. Toch zegt Jacob Derwig in een interview namens zijn zoon: ‘je wil niet de rest van je leven ‘de zoon van’ zijn.’ Dat hij deze waarheid inziet maakt het bijna kindermishandeling om kleine Roman toch maar in te schrijven bij jeugdtheater De Krakeling.

Eigenlijk is het een wonder dat er op de Nederlandse televisie nog mensen rondlopen zonder (zichtbare) extra vingers of invaliderende centenbakken, want de incestueuze tendensen in de cultuursector zijn zo epidemisch dat de Grachtengordel dezelfde uitdagingen het hoofd moet bieden als het Huis van Habsburg. De verfilming van Confettiregen is slechts één voorbeeld dat aantoont hoe het tijdperk van individueel opererende nepobaby’s achter ons ligt, om plaats te maken voor het nog ziekelijkere paradigma waarin zij bij toerbeurt allianties en strategische huwelijken aangaan. Hiermee geven ze vorm aan een cultureel model waarvoor ik bij dezen een nieuwe wetenschappelijke term wil introduceren: de nepo-orgie.

Sixtijnse Kapel

An sich is zo’n nepo-orgie niets nieuws. Het fenomeen steekt de kop op in elke historische context gekenmerkt door machtsconcentratie, decadentisme en persoonlijkheidscultussen. Denk aan de familie van Toetanchamon met al die griezelig vervormde hoofden, Europese vorstenhuizen en Romeinse patriciërsgeslachten. Al begrepen die laatste tenminste dat genetica een veel te wankele basis vormt voor behoud van kwaliteiten, zodat hun erfgenamen vaak via adoptie werden ingelijfd – een inzicht dat de culturele elite in Nederland 2000 jaar later nog mist.

De parallel is ook goed te trekken met de Italiaanse aristocratie van de Renaissance. Zoals de clans Borgia, Medici en Della Rovere zich onderling voortplantten en de kardinaalsmutsen verdeelden, zo zijn het nu dynastieën van het kaliber Heerma van Voss, Brandt Corstius en Chabot die in de Watergraafsmeer boekcontracten en filmrechten onderling distribueren. De Stadsschouwburg is dan wel niet de Sixtijnse Kapel; het Boekenbal is niet minder claustrofobisch dan een conclaaf.

Op Geneanet schrikken ze zich rot van dit soort configuraties, maar voor genetici is het een natte droom. Het is een experimentele opstelling die in elke ethische commissie zou sneuvelen: neem de culturele happy few van een toch al klein land, laat die zich onderling doortelen met zo min mogelijk indringers vanuit andere demografische segmenten, en kijk na honderd jaar eens welke haplogroepen zich aftekenen op de Prometheus zomerborrel. Welke genen worden er dominant, welke vertonen gevaarlijke mutaties? Remarque4, Groenteman10 of VDM33r?

Pascal

Natuurlijk is het mogelijk dat een getalenteerde ouder een even getalenteerd kind krijgt. Neem bijvoorbeeld Jezus: de nepobaby bij uitstek, die toch z’n eigen sporen heeft verdiend en terecht de boeken in gegaan is als meer dan ‘de zoon van’. Of recenter Thomas en Klaus Mann, of Kingsley en Martin Amis. Maar feit blijft dat talent schaars is, onder zowel ouders als kinderen, zodat de gezamenlijke verdeling voor de manifestatie van talent bij ouder én kind een bijna verwaarloosbare kans oplevert. Laat staan bij ouder, kind en kleinkind. Niet onmogelijk, maar minder waarschijnlijk dan dat Pascal zich omdraait in z’n graf.

Het is op het eerste gezicht een raadsel waarom de stammencultuur van nepo-orgies niet veel breder verzet oproept. Maar een blik op de eerste verdedigingslinie – recensenten, columnisten, journalisten – verklaart al veel. Tobi Lakmaker, Maurits Chabot, Charlotte Remarque: slechts een paar voorbeelden die in hun hart ook wel weten dat ze hun positie danken aan een systeem dat net zo corrupt is als de Iraanse Revolutionaire Garde, maar die geen geloofwaardig protest ertegen kunnen aantekenen. Toch zou het ze sieren als ze het eens probeerden. Koningin Juliana heeft zelfs wel eens verklapt dat ze in haar hart een republikein was, en die is haar baan ook niet kwijtgeraakt.

Het grappige is dat nepo-orgies zoals die van Roman Derwig en Splinter Chabot van alles propageren (‘vrijheid om te worden wie je wilt zijn’) wat haaks staat op het pleidooi voor genetische determinatie dat ze in feite belichamen. Volgens Splinter gaat het allemaal om ‘de pijnlijke tocht die je moet afleggen om erachter te komen wie of wat je bent’. Pijnlijk zal het zeker zijn om erachter te komen dat je in je hart de stoffering bent van Lodewijk XIVs pronkbed.

Laten we hopen dat, ondanks alles, ergens een paar kinderen troost zullen putten uit Confettiregen. Kinderen die niets weten over de hele achterliggende nepo-orgie, en die gewoon blij zijn om te zien dat er functionerende homo’s bestaan zoals Splinter Chabot. Homo’s, die godzijdank niet hun eigen nepobaby’s kunnen maken.

×