Ik ging schreeuwen in het Noorderpark

Ik ging embedded bij een sessie therapeutisch schreeuwen. Dat heeft veel losgemaakt. In de eerste plaats vastzittend slijm.

Muhammara

De online aankondiging had direct mijn aandacht gegrepen. ‘Wil jij ook wat frustraties loslaten? Kom dan samen met ons schreeuwen. Als het weer lekker is kan je ook buiten op de grond slaan met takken.’ Ik heb inmiddels lach-, muziek-, hypno-, hapto- en aromatherapie geprobeerd dus schreeuwen kan er ook nog wel bij. Bovendien was de sessie gratis, en daar gaat altijd een heilzame werking van uit.

Iedereen die mee zou gaan zegde af, dus reisde ik in m’n eentje naar de locatie in Noord, een voormalig pompstation dat tegenwoordig dienstdoet als een ‘vitrine voor cultuur’. Deze woensdagavond stonden in de vitrine de restanten uitgestald van een veganistisch all-you-can-eat buffet. Wie nog niet had gegeten kon wat hompen flatbread in de muhammara dopen om de keel voorafgaand aan het schreeuwen te smeren. Er was preventief gemberthee met agavesiroop beschikbaar.

In en om de locatie patrouilleerden vrijwilligers met hoodies, arafatsjalen en opgeplakte A4-tjes met ‘No Photo, No Video’. Sommigen hielden kommetjes voor zich die eruitzagen als instrumenten om alsnog een donatie af te troggelen. Tot mijn opluchting zat er linzensoep in.

Omdat het miezerde was ik met de Toyota Yaris gekomen. Die had ik onderweg nog vol moeten gooien voor bijna 2,50 per liter. In het licht van die aderlating bekeek ik verwonderd de actieposters tegen fossiele subsidies. Doe mij zo’n subsidie, dacht ik. Carice hoeft zeker nooit meer zelf te pinnen bij de Texaco.

Barbapapa

‘Hoi Mathijs,’ zei één van de vrijwilligers. Kan het in dit gehucht nou nooit eens een keer anoniem? Het duurde even voor ik de persoon herkende. Een kennis van vroeger, die ik voor het laatst had gezien op een workshop gezichtsmaskers maken van menstruatiebloed. Iemand die de afgelopen jaren vaker van (gender)identiteit was verwisseld dan Barbapapa, met een Instagramaccount vol kritische posts, op een jubelende verwelkoming van Kanye West na. Ik informeerde naar gemeenschappelijke vrienden, maar die bleken inmiddels persona non grata – wegens grensoverschrijdend gedrag. Ik voelde dat het een kwestie van minuten was tot ik zelf in die categorie zou eindigen.

Gelukkig was het tijd om te schreeuwen. ‘Leuk dat jullie er allemaal zijn,’ zei de leidster. ‘We gaan straks lekker schreeuwen. Als je het fijn vindt mag je ook met takken op de grond rammen enzo. Kijk elkaar niet aan tijdens het schreeuwen, want dat kan intimiderend overkomen. Als je het spannend vindt om met anderen te schreeuwen, mag je jezelf ook opsluiten op de WC en daar schreeuwen. Doe wel open als iemand echt nodig moet.’

Met de groep van zo’n 30 man liepen we naar buiten, waar we uitwaaierden over een speeltuin in het Noorderpark. Ik nam plaats onder een uitlekkende linde. Om mij heen pakten mensen de zwaarste takken die ze konden vinden, en hieven ze boven hun hoofd. Ze verschansten zich achter de tokkelbaan of gingen op één van de kunstmatige heuvels staan. Als het een scène in de Hunger Games was had Jennifer Lawrence alvast stiekem een pijl uit haar koker gegrist.

Damschreeuwer

Er werd afgeteld vanaf 5, en toen ging het los. Wat me opviel was het niveauverschil in de groep. De ene persoon genereerde aanzienlijk meer decibel dan de ander. Zelf zat ik in de akoestische middenmoot, al ergerde ik me aan mijn eigen, herkenbare frequentie. Versplinterende takken vlogen in het rond. Al na een paar seconden brullen kwam er meer slijm uit mijn bronchiën dan na een Dampobad. Taaie, oude biomassa die vast had gezeten in het duister van de longblaasjes, schijnbaar in afwachting van deze bevrijding.

Na een minuut begon het me te duizelen. Dat schreeuwen is in feite een heel intensieve ademhalingsoefening, waarbij de nadruk ligt op krachtig uitademen. Het inademen was even erbij ingeschoten. Kuchend als een COPD-patiënt leunde ik tegen een boom. Naast mij hief een vrouw een soepkom boven haar hoofd, die ze krijsend op het fietspad aan diggelen smeet. Een puber rolde een boomstam van twee keer zijn omvang een heuvel af. Gillend vlogen mensen op de tokkelbaan heen en weer.

Ik voegde me weer bij de kakofonie en boorde een frequentie aan die nieuw voor me was. Een register ergens uit de diepten van het middenrif, misschien wel rechtstreeks uit de wortelchakra. Opeens begreep ik hoe de Damschreeuwer zich tijdens Dodenherdenking 2010 gevoeld moest hebben, en wat hij bedoelde toen hij later verklaarde aan het Parool: ‘in die schreeuw zat mijn leven.’

Het sonisch geweld hield nog zo’n kwartier aan, tot men zich met rulle huigen weer richting de gemberthee begaf. Naarmate er meer stemmen wegstierven maakte het geluidsprofiel van een terreuraanslag plaats voor dat van een zedendelict.

Aan de thee raakte ik in gesprek met een vrouw die een paar tanden miste, maar die me op was gevallen als één van de hardste schreeuwers van iedereen. Ik vroeg naar haar geheim. ‘Ik ben professioneel noise artist,’ zei ze. ‘Schreeuwen is mijn werk.’

Nu ik schor dit stuk schrijf, besef ik dat het voor mij voorlopig bij deze ene keer blijft. Dat heeft de Damschreeuwer ook beloofd.

BONUSCONTENT – wil je het schreeuwfestijn zelf beleven? Beluister dan het exclusieve audioverslag van muldozer.nl. Te openen met het wachtwoord uit de welkomstmail voor de nieuwsbrief.

Meld je nu aan en word doof!

×