Hoe laat is het? Identiteit!

Cover van 'Vader, wie ben ik?' om stuk over identiteit en identiteitspolitiek in de media te bespreken

De identiteitspolitiek is politiek misschien op z’n retour, maar de ideologie houdt de media nog in z’n greep. Vooral bij tekst telt eigenlijk alleen wat er in de auteursregel staat. Wat je verder opschrijft is leuk en aardig, maar legt evenveel gewicht in de schaal als de rechtenscriptie van Prins Constantijn.

De evidence room puilt uit. Het meest spraakmakende, waterdichte experiment werd uitgevoerd door auteur Joris van Os. Hij sleepte onder het pseudoniem Sadiqa Almakhadie literaire beurzen, prijzen en contracten in de wacht.

‘Het gaat ons alléén om wat je schrijft. Het unieke van je stijl, je talent. Voor ons ben je dus allesbehalve een poppetje waarmee we willen pronken,’ bezwoer een uitgeverij. Dat was voordat ze hadden gezien dat achter Sadiqa in werkelijkheid een ‘polder-Nederlands griesmeelhoofd’ (Van Os’ eigen woorden) schuilging.

Portret voor Financieel Dagblad van auteur Joris van Os
Polder-Nederlands griesmeelhoofd?

Toen Van Os ongesluierd op gesprek verscheen, was het uit met de pret. Stad van duizend verzen, Sadiqa’s historisch epos in middeleeuws Córdoba, lag opeens toch niet meer zo goed in de markt. Het contract ging door de shredder – samen met de coverontwerpen vol arabesken die de huisstijl voor een baklavapaleis in Nieuw-West konden vormen.  

Dit probleem raakt iedereen. Van vrouwen zien redacteuren toch het liefst dat ze schrijven over vulva’s of de orgasmekloof. Op z’n minst wordt verwacht dat je voortdurend je relatie tot mannen problematiseert. Joden moeten een niche-standpunt over Israël verkondigen en homo’s moeten in de eerste plaats ‘met zichzelf worstelen’.

Het is verbazingwekkend hoeveel deuren er opengaan sinds ik het woord ‘worstelen’ in mijn vocabulaire heb opgenomen.

Eigenlijk heb ik dat zelf niet eens hoeven doen. Als ik een stuk schrijf in de hoedanigheid van ‘homo’ vullen mensen dat zelf al in. En dan is het opeens publicabel, terwijl ik zelf zou denken: hoe kan iemand die er zo middenin zit nou het hoofd koel houden? Die heeft toch juist geen heldere kijk op de zaken?

Persoonlijk vind ik mijn visie op Israël, tot stand gekomen van een neutrale en onbetrokken afstand, bijv. veel geldiger dan verhitte, hoogstpersoonlijke takes op de CPNB-boot of Coming-Outdag. Maar ja, probeer zoiets als goj maar eens aan de man te krijgen. Oy vey.

Eigenlijk doe ik het tegenovergestelde experiment als Van Os: hij toonde aan dat je niet gepubliceerd wordt als je niet tot een minderheid behoort; ik toon aan dat je wel gepubliceerd wordt als dat wel zo is. Mijn conclusie: minority privilege is real. In de media althans.

Dat betekent niet dat ik het niet meen. Ik meen het absoluut en vind het erg belangrijk. Maar toch nog niet zo belangrijk als bijv. mijn mening over de expats die hier zonder CBR-examen de weg op mogen, en daar is dan weer geen hond in geïnteresseerd. Moet er eerst een Indiër een influencer doodrijden? Of moet ik CBR-examinator worden om dit aan te mogen kaarten?

Het belang van de auteursregel kreeg ik afgelopen week ook op een andere manier ingepeperd. Bij mijn Volkskrantstuk stond dat ik ‘oud-redacteur van Propria Cures’ ben. Het was dit of ‘Hilton Diamond Member’, wat misschien de betere keuze was geweest. Naar aanleiding van de historische link met Propria Cures meenden personen op Bluesky namelijk dat het stuk wel satirisch van aard moest zijn.

Beschuldiging van ragebait op Bluesky

‘Dit is ragebait van de vrienden van PC,’ schreef iemand.

‘Ragebait’ is in 2025 door Oxford University Press verkozen tot het woord van het jaar. Ik dacht dat het iets Nederlands was om jaarlijks een Sander Schimmelpenninckeske samenstelling op het podium te hijsen maar blijkbaar gaat het in Engeland ook niet zo goed.

De term duidt content aan die is gepubliceerd om te shockeren. De auteur meent het niet echt, maar wil aandacht trekken met een controversiële, explosieve claim.

Iets ‘ragebait’ noemen is dus fundamenteel anders dan het ermee oneens zijn. Je zegt namelijk dat de auteur het er zelf ook niet mee eens is, maar enkel handelt uit effectbejag.

Is dit een strategie om met onwelgevallige meningen om te gaan? Ze wegzetten als ‘ragebait’? Ik heb dit inmiddels thuis geïntroduceerd. Als ik een huishoudelijke taak krijg waar ik geen zin in heb, antwoord ik: ‘dit is ragebait!’

En dat allemaal niet op basis van mijn stuk, maar enkel de auteursgegevens. Ik geef toe, het heeft mijn geloofwaardigheid niet vergroot dat de Volkskrant er uit eigen beweging ‘Riooljournalistiek met allure’ aan heeft toegevoegd. Maar om iemands uitingen levenslang te reduceren tot ragebait omdat hij als student voor een satirisch blad heeft geschreven – dat is identiteitspolitiek van een wel heel agressieve soort.

Ik antwoordde dat het uiten van een gemeende mening niet inconsistent is met oud-redacteurschap van Propria Cures. Daarvan gaat geen conversietherapie me genezen.

Identiteitspolitiek daarentegen – ik geef de hoop niet op dat Big Pharma daar nog eens een pil tegen ontwikkelt.

×