Hoe chat je met een kind(erboekenschrijver)?

Naar aanleiding van mijn stuk over de anti-censuurboot van censuurmachine CPNB raakte ik online aan de praat met een kinderboekenschrijver die gezellig meevaart op die modderschuit. De auteur in kwestie dankt zijn roem aan zaken die je uit kunt melken zoals koeien, babygeiten en doodsbedreigingen.

Ik noem hem niet bij naam omdat dat voor een kind niet gepast zou zijn. Door het contact met deze auteur ben ik gaan geloven dat voor kinderboekenschrijvers dezelfde delicate omgangsnormen moeten gelden. Je moet in ieder geval niet opereren alsof je met een volwassene te maken hebt.

In zijn werk Centuries of Childhood: A Social History of Family Life zet historicus Philippe Ariès een theorie uiteen over de notie van ‘het kind’. Hij claimt dat dit in de westerse geschiedenis een vrij modern concept is. Tot in de 15e eeuw vond men nog gewoon dat kinderen als kleine volwassenen behandeld konden worden.

Heel logisch als je het mij vraagt, hoe ze dat tot in de middeleeuwen deden. Ik dacht ook altijd dat het voor iedereen het beste is om kinderen geen speciale behandeling te geven, en ze tegemoet te treden als gewone mensen die alleen nog niet in de Python mogen.

Maar wat weet ik er nou van? Ik praat nooit met minderjarigen. De laatste keer dat ik een poging deed was in de ballenbak van de Pannenkoekenboot (dat ding dat echt vaart) en toen werd mijn gesprekspartner direct door zijn moeder geëxtraheerd naar de Nutellapomp.

Mijn recente contact met de kinderboekenschrijver komt waarschijnlijk het dichtst in de buurt bij contact met een mensenkind. Het heeft mijn pedagogische paradigma op zijn kop gezet. Piaget, die kinderontwikkeling bestudeerde en indeelde in vier fases, had misschien toch wel een punt.  

Want wat gebeurde er? Ik vroeg de auteur of hij het logisch vond om ten strijde te trekken tegen homofobe censuur met een organisatie die daar zelf een handje van heeft, zonder dat een en ander is rechtgezet. Zijn antwoord:

Wat staat hier in godsnaam? Ik snap er hoegenaamd niks van. Wat is er toch neurologisch aan de hand bij al die mensen die niet kunnen redeneren over de relatie tussen heden en verleden? En wat moet al dat gelul over één particuliere ervaring, alsof die de geschiedenis van de complete homogemeenschap zou herschrijven?

Toen ik dit last begon me te dagen dat we misschien met een ander AVI-niveau moeten werken. Cees Nooteboom werd zoveel gelezen door Duitsers dat hij uiteindelijk zelf een soort Duitser werd. Mogelijk werkt het ook zo als je uitsluitend voor kinderen schrijft. Je wordt er kinds van.

Maar hoe praat je in godsnaam met een kind? Ik zocht op de website van de Kindertelefoon naar een richtlijn voor de communicatie, maar zij geven hun geheimen niet zomaar prijs.

Toen vroeg ik een bevriende PABO-student om advies. Ik had haar eerder die week een avond geholpen met bladstempels knutselen voor groep 4. De tijd voor een wederdienst was gekomen. ‘Dit wint echt de prijs voor reageren zonder te reageren,’ bevestigde zij. ‘Ik zou gewoon tegen die (…) zeggen dat je alleen over Reve wenst te praten. (…) dat je graag in het verleden blijft hangen.’

Ik pakte ook Piaget er nog eens bij met zijn cognitieve fases. Hij onderscheidt de volgende:

  • Sensomotorische fase (0-2 jaar): leren d.m.v. zintuigen en motorische acties. Objectpermanentie wordt geleerd.
  • Pre-operationele fase (2-7 jaar): kind ontwikkelt taal en fantasie, maar denken is nog egocentrisch en logica ontbreekt vaak.
  • Concreet operationele fase (7-11 jaar): logisch denken over concrete gebeurtenissen begint. Begrip van behoud en ordening ontwikkelt zich.
  • Formeel operationele fase (12+): abstract denken, hypothetisch redeneren en systematisch plannen wordt mogelijk.

Het is duidelijk dat de kinderboekenschrijver nog niet in de formeel operationele fase is aanbeland. Abstract denken over logische relaties tussen heden en verleden is te hoog gegrepen.

Maar eigenlijk wordt aan de voorwaarden van de concreet operationele fase ook niet voldaan. Want waar hebben we het nou over? 2 concrete gebeurtenissen (homofobe censurering van Reve en Pride-actie tegen homofobe censurering) die in een niet-logisch verband staan.

Het is klinisch jammer, maar het lijkt erop dat deze casus stagneert in de pre-operationele fase. Er is sprake van taal en fantasie, maar de redenatie is volstrekt egocentrisch. Argumentatie voorbij de eigen belevingswereld behoort niet tot de mogelijkheden. Ook de logica vereist om gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen ontbreekt.

Ik besloot zo kort mogelijke, concrete zinnen te gebruiken die dicht bij de persoonlijke belevingswereld liggen:

Hierop kwam geen antwoord. Misschien zitten we toch nog in de sensomotorische fase.

Mijn advies over chatten met een kind(erboekenschrijver): niet doen.

×