Mijn haat voor metaforen is een schimmelkelder zonder licht
Mijn haat voor anaforen als het zwaarst verminkte aangezicht
En ook van haat voor tricolons ben ik meermaals terecht beticht
Doe mij in plaats van hyperbolen maar een enkeltje gesticht
Veel liever dan exliteratie kies ik tyfus, pest of jicht
En ben ik voor de nonsens van retorisch vragen ooit gezwicht?
In archaïsmen zie ik slechts een rage van dit tijdsgewricht
Enjambement is niets meer dan een vorm van metrische oplicht-
erij en moralisme wordt verboden als het aan mij ligt
Zo dom als personificatie is alleen mijn achternicht
Hoewel ook ironie nog nooit iets waardevols heeft aangericht
Maar ’t ergste kwaad van allemaal, dat blijft toch wel het hekeldicht.
Eerder verschenen in Propria Cures